Print

Handleiding Adres Validator

1. Inleiding

Bijgaand document geeft een beschrijving van installatie, configuratie en werkwijze van de Solution.

Als eerste worden in de inleiding enkele uitgangspunten opgesomd waarna de voorwaarden worden benoemd om te gaan werken met deze Solution.

1.1 Uitgangspunten

Multi-language
Alle functionaliteit ondersteund de multi-language functionaliteit van Microsoft Dynamics 365 CE. Momenteel is de functionaliteit in twee talen; te weten Nederlands en Engels.

Versie Dynamics 365
De ondersteunde versie is altijd de laatste en voorlaatste versie (wave) van Dynamics 365 CE.

Online vs. on-premise
Alleen de online versie wordt ondersteund.

1.2 Voorwaarden

Vereist kennisniveau
Er wordt uitgegaan van basisvaardigheden inzake installatie van Solutions binnen Dynamics 365 CE.

Garanties
Wij kunnen vooraf geen garanties geven voor werking van de Solutions in alle mogelijke Microsoft Dynamics 365 CE omgevingen. Zeker bij “complexere” infrastructuren dient dit nader te worden onderzocht of getest.

Browsers
Standaard geteste en ondersteunde browsers zijn Chrome (onder Windows) en Edge.

Versies Dynamics 365 CE
De versie wordt alleen ondersteund in een online omgeving (Office 365 portal) welke standaard wordt gebruikt.

Gebruik test- of OTAP-omgeving
Wij willen er expliciet op wijzen dat de beschreven stappen altijd eerst via een test- of OTAP-omgeving worden uitgevoerd. Na correcte werking kunt u het e.e.a. nogmaals uitvoeren in de productieomgeving. In bepaalde situatie / inrichtingen worden formulieren aangepast en b.v. auditing uitgezet.

2. Functionaliteit adresvalidator

De onderstaande beschrijving somt de stappen op om een adres snel in te voeren en te valideren.
Klik op de button ‘valideren’ in de commandbar en onderstaande pop-up zal verschijnen.

Vul in het adres een aantal gegevens in en klik op ‘zoeken’:

Selecteer het adresblok (1) dat gevalideerd moet worden en klik ‘OK’ (2).

In het account zullen dan onderstaande velden default gevuld worden:

3. Installatie

De installatie bestaat uit het importeren van twee zip-bestanden genaamd “Solutions”. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit dient te worden uitgevoerd.

3.1 Installatie van een Solution

De installatie bestaat uit het importeren van twee zip-bestanden genaamd “Solutions”. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit dient te worden uitgevoerd.

Er dienen twee “Solutions” te worden geïmporteerd in Microsoft Dynamics 365 CE; dit met de volgende volgorde:
1. wsnlWebservicesNLCommon_9_x_x_managed.zip (algemene componenten)
2. wsnlWebservicesAddressValidator_9_x_x_managed.zip (specifieke componenten)

Werkwijze

Ga naar:
• Instellingen | aanpassing | oplossingen
• Klik op knop importeren.
• Selecteer met knop bestand kiezen het te importeren zipbestand.
• Klik op knop volgende om informatie over de oplossing weer te geven.
• Klik op knop volgende om import opties in te stellen.
• Vink de eventuele getoonde optie aan en klik op knop importeren om de import te starten.
• Wanneer de import is afgelopen wordt een resultaatscherm getoond, klik op sluiten.
• Herhaal dit voor het tweede importbestand.

3.2 Upgrade van een Solution

Geadviseerd wordt te kiezen voor de optie Aanpassingen overschrijven omdat geen entiteiten worden meegenomen.

De optie “activeer eventuele processen en…SDK berichtverwerkingsstappen…” dient ook te zijn aangegeven (alleen wanneer deze optie wordt getoond, voor wsnlWebservicesCommon).

4. Configuratie

Om de configuratie uit te voeren dient een gebruiker voldoende rechten te hebben.

4.1 Autorisatie

Gebruikers kunnen worden geautoriseerd voor de diverse modules van de Webservices.nl App door ze bepaalde gebruikersrollen te geven. LET OP: ook een systeembeheerder zal zonder genoemde rollen de modules niet kunnen gebruiken!

4.2 Aanmaken webservices instellingen

Voor het aanmaken van de algemene instellingen, open de zojuist geïnstalleerde solution (1). Vul vervolgens bij onderstaande de Gebruikersnaam (2) en het Wachtwoord (3) in welke via de leverancier / partner te verkrijgen zijn en sla deze op (4).

4.3 Aanmaken adresvalidatie instellingen

Om de specifieke AddressValidator instellingen te configureren, open de zojuist geïnstalleerde solution (1), vul bij de verschillende onderdelen (2) de instellingen in en sla deze op (3).

Landen ISO3
Als eerste dient eenmalig de mapping te worden gemaakt van de in CRM gebruikte landen met hoe deze worden gezocht middels ISO3-codes:

Optie 1: gebruik van vrij landenveld

Concreet kunnen landen zoals deze in het vrije landenveld worden ingevuld, vertaald worden naar gestandaardiseerde ISO3 codes.

Indien een land verkeerd wordt ingevuld, dan kan altijd met de validator het goede land worden gekozen; zie hiervoor de volgende stappen:

Invoer adres en valideren (Validatie button in de “Opdrachtenbalk”):

Of met samengesteld adresveld (let op: individuele velden wel op formulier plaatsen – b.v. hidden)

Melding t.b.v. keuze land:

Selecteer juiste land:

Optie 2: gebruik van een picklist

Vul ook bij een picklist gewoon de labels van de keuzes van de picklist in.

4.4 Instellingen adresvalidatie (adresblokken)

Na het instellen van de landen dienen de adresblokken te worden ingesteld. De default instellingen zijn als volgt:

Adresveld CRM veld schemanaam
Adresregel <address1/2_>line1
Validatiestatus <wsnl_address1/2_>status
Validatiedatum <wsnl_address1/2_>statusdatum
Huisnummer
Adresregel 2 <address1/2_>line2
Postcode <address1/2_>postalcode
Plaats <address1/2_>city
Provincie / Staat <address1/2_>stateorprovince
Land <address1/2_>country

 

Elk adresblok wordt geconfigureerd door de naam van het adresblok te specificeren. In het volgende de velden welke kunnen worden geconfigureerd:

De adresvelden in bovenstaande zijn default, hier kunnen afwijkende velden voor worden gebruikt.

Verplichte velden per adresblok zijn:
• Naam adresblok: logische naam voor het adresblok
• Adres: het adres met standard het huisnummer
• Plaats: veld met de plaats
• Land: veld met land

4.5 Validatie status instellingen

Ieder adresblok kan worden voorzien van een “Validatie status” en een “Validation datum”.
Het statusveld moet van het type “Picklist” zijn en verbonden met de Global Picklist “Address Validation Status” (wsnl_addressstatus). Het datum veld moet een date/time veld zijn.

Het veld moet aan het formulier zijn toegevoegd om mee te werken.

Om de instellingen in de entiteit Webservices.nl instellingen te kunnen bewerken dient een gebruiker voldoende rechten hiertoe te bezitten op deze entiteit.

Volgende artikel Handleiding Europese kredietinformatie
Inhoudsopgave